Probleemoplossing

In het onwaarschijnlijke geval dat je problemen ondervindt met je cartridge, helpen de stappen hieronder je het probleem snel op te lossen. Tik op het probleem dat van toepassing is en doorloop de stappen op volgorde.

Eerste check: uit onderzoek blijkt dat 2 op de 5 klanten die een probleem melden, eigenlijk de verkeerde cartridge hebben besteld. Gebruik eerst de cartridge zoeker op Inkjet.nl om te bevestigen dat je de juiste cartridges hebt voor jouw printermodel.

Veelvoorkomende problemen

Cartridge wordt niet herkend

Als je er 100% zeker van bent dat je de juiste cartridge hebt, doorloop dan de onderstaande stappen op volgorde.

Stap 1 — Identificeer de cartridge

Weet je niet welke cartridge het probleem veroorzaakt? Verwijder alle nieuwe cartridges en plaats de oude lege cartridges terug. Zet de printer uit, wacht een paar minuten en schakel hem weer in. Vervang vervolgens de cartridges één voor één totdat de printer een foutmelding geeft — dat is degene om op te focussen.

Stap 2 — Controleer de basis
  • Sealing verwijderd? Zorg dat alle beschermtape van de chip en printkop is verwijderd. Dit is vaker de oorzaak dan je denkt.
  • Chip schoon? Zelfs een vingerafdruk kan voorkomen dat de chip wordt gelezen. Veeg de chip voorzichtig schoon met een stofvrije doek.
  • Volledig geplaatst? Cartridges moeten vaak verder worden doorgedrukt dan je verwacht — totdat je ze hoort of voelt klikken.
  • Opnieuw plaatsen. Soms leest de printer de chip niet bij de eerste installatie. Haal de cartridge eruit en plaats hem opnieuw.
Stap 3 — Harde reset

Installeer alle cartridges, controleer alle bovenstaande stappen, en zet de printer volledig uit voor 10–15 minuten. Zet hem dan weer aan. Dit wist het geheugen van de printer en lost vaak herkenningsproblemen op.

Werkt het nog steeds niet? Neem contact met ons op en we regelen direct een vervanging.

Slechte afdrukkwaliteit of strepen

Slechte afdrukkwaliteit heeft meestal één van vier oorzaken. Doorloop ze in deze volgorde.

Stap 1 — Controleer het ontluchtingsgat

Elke cartridge heeft een klein ontluchtingsgat waardoor lucht moet circuleren — zonder dit stroomt de inkt niet goed. Zorg dat het "treklipje" of de tape die dit gat afdekt volledig is verwijderd. Zie je een dun plakkerig laagje over het gat? Prik er voorzichtig doorheen met een tandenstoker.

Het ontluchtingsgat zit meestal aan de bovenkant van de cartridge — maar bij sommige modellen aan de onderkant.

Stap 2 — Controleer je printerinstellingen

Sommige printers schakelen automatisch over naar grijsschaal, eco-modus of conceptmodus wanneer de inkt bijna op is — en deze instellingen blijven vaak staan. Ga naar je printerinstellingen en zorg dat de printmodus is ingesteld op "Normaal" of "Beste kwaliteit".

Stap 3 — Voer een printkopreiniging uit

Verstopte printkoppen zijn de meest voorkomende oorzaak van strepen. Voer vanuit het printermenu een printkopreinigingscyclus uit. In hardnekkige gevallen moet dit meerdere keren worden herhaald — soms tot 10–20 keer bij sterk verstopte koppen.

Helpt meerdere reinigingscycli niet, dan moet je de printkoppen mogelijk fysiek reinigen. Elke printer is anders — zoek op YouTube naar "[jouw printermodel] printkop reinigen" voor een stap-voor-stap video.

Stap 4 — Test met een andere cartridge

Heb je een reserve- of oudere cartridge bij de hand? Plaats deze en print een testpagina. Zo weet je of het probleem bij de cartridge ligt of bij de printer zelf.

Heb je alles geprobeerd en blijft de cartridge een probleem geven? Neem contact met ons op voor een vervanging.

Cartridge past niet in de printer
Stap 1 — Is dit de juiste cartridge?

De meest voorkomende oorzaak is dat de verkeerde cartridge is besteld. Veel printers hebben sterk lijkende namen en modelnummers maar gebruiken verschillende cartridges. Voorbeeld: de Kodak ESP 3 gebruikt cartridge nummer 10, terwijl de ESP 3.2 cartridge nummer 30 gebruikt.

Twijfel je? Neem contact op met onze klantenservice — we helpen je graag het juiste model te vinden.

Stap 2 — Zijn er transportlipjes te verwijderen?

Sommige cartridges hebben transportlipjes die vóór gebruik verwijderd moeten worden. Zitten ze er nog op, dan passen de cartridges niet goed in de printer.

Stap 3 — Het ziet er anders uit, maar past wel

Compatibele cartridges zien er soms iets anders uit dan de originele versies. XL-cartridges (zoals de HP 363XL) zijn een stuk groter dan de standaardvariant en lijken niet te passen — maar als je ze probeert, klikken ze gewoon op hun plek.

"De cartridge is niet-origineel" — melding

Geen probleem. Dit is simpelweg de fabrikant die je laat weten dat het geen OEM-cartridge is. Je kunt gewoon doorgaan met afdrukken door de instructies op het scherm te volgen.

Deze melding heeft geen invloed op je printergarantie en je print- of cartridgekwaliteit.

Cartridge wordt als leeg weergegeven

Dit komt meestal omdat de chip niet goed contact maakt met de printer, of omdat de printer nog leest uit het geheugen van de oude cartridges.

Stap 1 — Chip opnieuw aansluiten

Zet de printerhouder in de positie voor het vervangen van cartridges (via de Inkt/OK-knop of via het onderhoudsmenu). Til de cartridge-locatiehendel op en druk stevig op de bovenkant van de cartridges. Helpt dat niet, til de betreffende cartridge dan voorzichtig op zonder de rubberen afdichting aan de onderkant te beschadigen, en druk hem stevig terug op zijn plek.

Stap 2 — Reset de inktmonitor

Soms leest de printer nog uit het geheugen van de oude cartridges. Houd de reset-/aan-knop op de printer 7–10 seconden ingedrukt (vaak een cirkel met een driehoek). Mogelijk moet je dit tot drie keer herhalen.

Stap 3 — Schakel de inktstatusmonitor uit

Werkt dat niet, ga dan naar de printereigenschappen of het onderhoudsmenu en schakel de inktstatusmonitor uit. De printer leest dan niet langer uit het oude cartridge-geheugen.

Universele oplossing

Werkt niets? Probeer dit.

Deze stappen lossen veel hardnekkige cartridgeproblemen op. Doe ze precies op volgorde.

  1. Verwijder ALLE cartridges uit de printer en sluit het deksel.
  2. Zet de printer uit, trek de stekker eruit en laat hem 1 uur staan.
  3. Zet de printer weer aan en plaats een complete set cartridges. Zorg dat de chips schoon zijn (vrij van vingerafdrukken of inkt). Reinig indien nodig met een stofvrije doek.
  4. Zet de printer uit, wacht 10 minuten, en zet hem weer aan.
  5. Herhaal stap 4 nog twee keer.

Nog steeds een probleem?

Onze klantenservice heeft duizenden klanten geholpen om printerproblemen op te lossen — en sturen graag een vervanging als dat nodig is.